Wij zijn SBB

Nazorg en garantie.

Heeft u een klacht of een probleem met uw woning? We helpen u graag verder. Kies hieronder wat voor u van toepassing is.

Wij doen we er alles aan om u zo goed mogelijk van dienst te zijn. Op deze pagina vindt u snel de juiste hulp – of het nu gaat om een spoedsituatie, een veelvoorkomende klacht of een storing waarbij een monteur nodig is.

Spoed? Bel direct 0251-27 77 06

Onze afdeling nazorg en garantie staat voor u klaar op de volgende tijden:

Maandag t/m donderdag: 08.30 – 16.00 uur
Vrijdag: 08.30 – 15.00 uur

Tussen 13.00 en 13.30 uur hebben wij een korte pauze en zijn wij tijdelijk niet bereikbaar. Wij helpen u graag binnen onze openingstijden.

Geen spoed? Bekijk de veelgestelde vragen

Is er sprake van een noodsituatie
zoals een lekkage of gevaarlijke situatie?
Neem direct telefonisch contact met ons op.

Spoed? Bel direct

Veelgestelde vragen

Vermijd agressieve middelen zoals bleek en kalkverwijderaars, omdat deze voegen en oppervlakken kunnen beschadigen. Kies liever voor milde reinigers zoals zachte groene zeep.

Gedeeltelijk afplakken van ramen, bijvoorbeeld met krantenpapier, kan leiden tot grote temperatuurverschillen in het glas, wat een thermische breuk kan veroorzaken. Dit valt niet onder garantie.

Gebruik een nieuw scheermesje voor verfspatten. Kalkspatten verwijderen met lauw water en een scheutje azijn, maar pas op voor krasvorming.

Gebruik een sopje van zachte groene zeep en vermijd schurende middelen en schuursponsjes om beschadiging te voorkomen.

Maak ze schoon met een sopje van milde zeep. Voor hardnekkige vlekken kan spiritus of terpentine helpen, maar gebruik geen schurende middelen.

Draai het zeefje (perlator) los en maak het regelmatig schoon, vooral in de eerste periode na oplevering.

Neem ze minimaal twee keer per jaar af met een sopje en bescherm ze met autowax of blanke was voor een langere levensduur.

Uw woning heeft een warmtepomp die zorgt voor verwarming en warm tapwater. De installatie is vooraf ingesteld door de installateur. Wij raden af om deze instellingen zelf te wijzigen, omdat dit storingen kan veroorzaken.

Stuur een e-mail naar garantiewerk@wijzijnsbb.nl met hierin de (fout)meldingscode welke de warmtepomp aangeeft.

Om luchtbellen in het systeem te voorkomen, moet de waterdruk rond 1,5 bar blijven. Controleer dit regelmatig en vul water bij indien nodig.

Nee, het is beter om de temperatuur constant te houden, dag en nacht. Grote temperatuurverschillen (meer dan 5°C) kunnen ervoor zorgen dat het langer duurt om uw woning weer op te warmen en kunnen schimmelvorming veroorzaken.

Nee, zorg ervoor dat de thermostaat vrij blijft en niet wordt ingebouwd of geplaatst bij een warmtebron. Dit kan de werking verstoren.

De handleiding is meegeleverd bij de installatie.

Afwerkvloeren met vloerverwarming kunnen scheuren door temperatuurverschillen. Dit risico wordt verkleind door de vloer geleidelijk op te warmen.

Bij een warmtepomp verloopt het opwarmen rustig en geleidelijk. De maximale vloertemperatuur blijft meestal onder de 35 °C, zelfs bij strenge vorst. Dit is lager dan bij een traditionele cv-ketel, die temperaturen tot 50 °C kan bereiken.

Begin enkele dagen met een temperatuur van 18 °C, verhoog daarna stapsgewijs naar 20 °C en uiteindelijk 22 °C. Door de temperatuur op dezelfde manier weer af te bouwen, blijft de verwarming stabiel en voorkomt u schade.

In een woning kunnen vloeren per ruimte verschillende temperaturen hebben. Zo blijft de vloer van de slaapkamer vaak koeler dan die van andere kamers. Dit temperatuurverschil kan in sommige gevallen spanningsscheuren veroorzaken in de afwerkvloer.

Bij harde vloerafwerkingen zoals epoxy of tegels blijft de vloer altijd werken. Daarom is het aan te raden dat de vloerleverancier een dilatatie (uitzetvoeg) aanbrengt om spanningen en scheuren te voorkomen. Het is belangrijk dat de kantstroken NIET verwijderd worden.

Vocht diep in de vloer kan leiden tot blazen en scheuren in dampdichte vloeren zoals marmoleum, PVC en epoxy. Een simpele oppervlaktemeting is niet voldoende; controleer of de diepere lagen van de vloer goed droog zijn voordat u een afwerking aanbrengt.

Sommige vloerleveranciers vragen naar een opstookprotocol, vooral voor plavuizen of PVC. Dit is bedoeld voor klassieke vloerverwarming met hoge temperaturen. Bij woningen met een warmtepomp is dit minder relevant, omdat de aanvoertemperatuur meestal onder de 35 °C blijft.

Ja, de appartementen zijn voorzien van een anhydriet afwerkvloer die zwevend is aangebracht. Dit betekent dat extra geluidwerende ondervloeren niet nodig zijn en zelfs een negatief effect kunnen hebben.

Ja, nieuw aangebrachte dekvloeren kunnen nog krimpen. Dit kan kleine krimpscheurtjes veroorzaken, vooral bij plaatnaden van vloerelementen. Daarom is het belangrijk dat bouwkundige dilataties in de vloerafwerking worden behouden.

Tegelwerk en steenachtige materialen geven warmte goed door. Parket en tapijt kunnen de werking van de installatie negatief beïnvloeden, maar er zijn speciale parket- en tapijtsoorten die geschikt zijn voor vloerverwarming.

Controleer of er voldoende ruimte is onder deuren, vooral bij entreedeuren. Door bouwvoorschriften is de maximale drempel bij de voordeur 2 cm. Soms is een uitsparing in de vloer en een droogloopmat nodig, zodat de deur goed kan draaien.

Gebruik minimale hoeveelheden water bij het schoonmaken. Bij grote hoeveelheden water (zoals een lekkage of overstroming) kan de vloerbedekking loslaten. Laat de vloer drogen, schuur oude lijmresten weg en verlijm opnieuw indien nodig.

Nee. De cv-leidingen lopen door de afwerkvloer, waardoor spijkeren, boren of hakken ernstige schade kan veroorzaken.

Bij het aanbrengen van vloerafwerking moet er altijd minimaal 10 mm vrije ruimte tussen de vloer en de wanden worden gehouden om werking van de vloer mogelijk te maken.

Uw woning is goed geïsoleerd, waardoor natuurlijke luchtverversing beperkt is. Daarom is een mechanisch balansventilatiesysteem geïnstalleerd om de lucht op de juiste manier af te voeren en aan te voeren, zonder onnodig warmteverlies.

Lucht wordt afgezogen in vochtige ruimtes zoals de keuken, badkamer en toilet, en aangevoerd in droge ruimtes zoals slaapkamers. De ventilator wordt bediend via een schakelaar in de keuken of woonkamer.

Nee, schakel het systeem nooit uit, ook niet als u op vakantie gaat. Anders vindt er geen ventilatie plaats, wat kan leiden tot schimmelvorming op muren en vloeren.

Ja, lucht uw woning maximaal een half uur per dag. In de zomer kunt u langer ventileren. Houd er rekening mee dat continu luchten energie kost en niet nodig is voor een fris binnenklimaat.

Voor goede luchtcirculatie moet er een kier van minimaal 2 cm onder de binnendeuren zijn. Dit is belangrijk bij het kiezen van uw vloerafwerking.

  • Klein onderhoud: bewoners reinigen zelf de filters en ventielen*
  • Groot onderhoud: een installateur voert eens per 2 jaar een onderhoudsbeurt uit.

  • Bij oplevering: reinig de filters*
  • Elke 2 maanden: voorzichtig uitzuigen met een stofzuiger*
  • Na 6 maanden: filters vervangen voor optimale werking*

*Let erop dat ze weer op dezelfde plek en in dezelfde stand teruggeplaatst worden.

Draai het ventiel uit de wand of het plafond en maak het schoon met zeep en warm water. Spoel goed na en droog af. Plaats het ventiel terug in hetzelfde gat; ventielen mogen niet verwisseld worden.

Ventilatieproblemen kunnen leiden tot vochtproblemen, zoals schimmelvorming op muren en vloeren. Dit kan ontstaan wanneer het systeem niet goed werkt of niet correct wordt gebruikt.

De eerste twee jaar na oplevering kan er nog vocht uit de muren komen. Plaatst u kasten te dicht tegen de wand, dan kan schimmel ontstaan. Dit geldt ook voor hoekbanken en lange gordijnen.

Nee, een afzuigkap met motor kan het ventilatiesysteem ontregelen, waardoor keukenlucht direct naar het toilet of de badkamer wordt geblazen. Gebruik liever een recirculatie afzuigkap.

In uw meterkast bevinden zich de elektriciteitsmeter, hoofdschakelaar en zekeringenkast. De elektriciteit is verdeeld over groepen en iedere groep is beveiligd. Bij kortsluiting wordt de stroom automatisch uitgeschakeld en kan, na het verhelpen van het probleem, weer worden ingeschakeld.

De aardlekschakelaar schakelt de stroom uit als u een stroomdraad aanraakt of een apparaat beetpakt dat onder stroom staat. Dit voorkomt elektrische schokken. Test deze schakelaar maandelijks door de ‘T’-knop in te drukken. Schakelt de stroom niet uit? Waarschuw dan direct een installateur.

  1. Schakel alle groepenschakelaars uit.
  2. Zet de aardlekschakelaar weer aan.
  3. Schakel de groepen één voor één in totdat de schakelaar opnieuw uitvalt. Zo ontdekt u welke groep de storing veroorzaakt.
  4. Trek alle stekkers in die groep uit de stopcontacten om te controleren of de storing in een apparaat zit.
  5. Heeft u het defecte toestel gevonden? Laat het buiten werking en schakel alles opnieuw in.
  6. Blijft de installatie zonder stroom? Waarschuw dan uw energiebedrijf.

Uw woning heeft lege buisleidingen voor telefoon en kabel-tv. Gebruik bij installatie nooit de aanwezige controledraad om de kabel door te trekken; verwijder deze en gebruik een trekveer.

  • Vocht en elektra zijn gevaarlijk, wees voorzichtig bij schoonmaken en behang verwijderen.
  • Schakel bij montage van verlichting altijd de juiste elektragroep uit en controleer of deze spanningsloos is.
  • Gebruik een stabiele trap bij installatie en vraag assistentie.
  • Zorg ervoor dat alle elektrische contacten goed vastzitten om storingen of kortsluiting te voorkomen.

Wees voorzichtig. In vloeren en wanden zitten elektra-, water- en rioolleidingen. Leidingen in wanden zitten meestal recht boven stopcontacten en schakelaars, maar dit is niet altijd het geval. Vermijd boren in een zone van 25 cm links en rechts van schakelaars en stopcontacten. Gebruik een detectiemeter om leidingen te vinden.

Uw woning heeft rookmelders op het lichtnet, met een back-up batterij voor stroomuitval. Een leeglopende batterij laat één piep per minuut horen. Vervang deze direct. Loos alarm door damp of stof? Open een raam of zorg voor ventilatie. Maak de melder regelmatig schoon met een stofzuiger. Nooit schilderen of nat maken.

  1. Er zit stof in de melder → Gebruik een stofzuiger met zachte borstel, elke drie maanden.
  2. De nood-batterij is leeg → Vervang deze indien mogelijk. Sommige rookmelders hebben geen vervangbare batterij.
  3. Er is veel waterdamp in de ruimte → Zorg voor frisse lucht en reset de rookmelder indien nodig.
  4. Technische storing → Raadpleeg de handleiding.

Haal een video-intercom nooit zelf van de wand om hier bijvoorbeeld achter te behangen of te schilderen/stucen. Alleen het eraf halen van de grondplaat van deze video-intercom kan er al voor zorgen dat u de lijn onderbreekt en dat het systeem in een groot gedeelte van het complex niet meer werkt omdat deze met elkaar zijn verbonden. Schakel hiervoor altijd een installateur in.

Als water langere tijd stilstaat in de leidingen, kan legionella ontstaan. Laat daarom bij terugkomst na een lange periode het water eerst doorstromen voordat u het gebruikt. Meer informatie vindt u op de websites van VROM en uw waterleverancier.

Bij lage douchetemperaturen (tot 40 °C) kan een biofilm ontstaan in de doucheslang, wat de kans op legionella vergroot. Spoel de doucheslang daarom regelmatig door.

De hoofdafsluiter bevindt zich in de meterkast, achter de deur in de hal. Bij een lekkage moet u de hoofdkraan direct dichtdraaien. Voor appartementen kan deze ook op de gang in de algemene ruimte zitten.

  1. Sluit de hoofdkraan in de meterkast.
  2. Draai alle kranen open.
  3. Trek het toilet door om het resterende water af te voeren.
  4. Koppel de wasmachine los en open de kraan.
  5. Plaats een bak onder de aftapkraan en draai deze open.
  6. Blaas de leidingen door.
  7. Om de waterdruk te herstellen, voert u deze stappen in omgekeerde volgorde uit.

Bij storingen buiten de woning en vóór de meterkast moet u direct contact opnemen met het Gemeentelijk Waterbedrijf.

Een waterstop voorkomt overstroming bij een lekkende vulslang. Dit systeem sluit de kraan automatisch binnen enkele minuten en beperkt de schade.

Wanneer eenhendel mengkranen of wasmachines abrupt de watertoevoer stoppen, ontstaat er waterslag in de leidingen, wat geluidsoverlast kan veroorzaken. Dit is niet te voorkomen, maar u kunt het verminderen door:

  • De mengkraan langzamer te sluiten.
  • Bij wasmachines en vaatwassers een slagdemper te installeren, zodat de leidingen minder hard klappen.

  • De woningen hebben geen keukeninrichting.
  • Waterleidingen zijn afgedopt op de afgesproken plek.
  • Koppelingen en buizen zijn verkrijgbaar bij de vakhandel zoals WARMTESERVICE, maar niet bij doe-het-zelfzaken.

Uw woning heeft een gescheiden rioolsysteem:

  • Vuil water (afvalwater uit de woning) wordt afgevoerd via het gemeentelijk riool.
  • Schoon water (regenwater) wordt via een aparte afvoer naar het oppervlaktewater geleid.

De riolering is van kunststof, dus bepaalde chemicaliën zoals aceton, ether en jodium kunnen de leidingen aantasten en ernstige schade veroorzaken.

Controleer eerst de sifon onder de gootsteen, wastafel of wasmachine:

  1. Draai de zwanenhals of bekersifon los en verwijder vuil.
  2. Gebruik een veer voor diepere verstoppingen (geen stalen staaf of houten stok).
  3. Spoel afvoeren tweemaal per jaar door met heet sodawater om verstopping te voorkomen. Bij hardnekkige verstoppingen binnen uw woning schakelt u een loodgieter in. Zit de verstopping buiten uw erfgrens? Dan is de gemeente verantwoordelijk.

Onder de unit van de stadsverwarming, welke te vinden is in de meterkast nabij de entree van uw woning, bevindt zich een afvoer die bedoeld is om condenswater van de unit af te voeren. Deze afvoer is voorzien van een sifon of zwanenhals om een open verbinding met het riool te voorkomen. Door warmere temperaturen kan het water in de sifon verdampen, mede doordat er relatief weinig condenswater wordt afgevoerd. Wanneer dit water is verdampt, ontstaat er alsnog een open verbinding met het riool en gaat het stinken. Ook onder de WTW-installatie kunt u een soortgelijke afvoer/sifon terugvinden waar stankoverlast uit kan komen.

U kunt dit eenvoudig verhelpen door met een gietertje water in de sifon te gieten, zodat deze weer gevuld is. Dit hoeven geen hele liters te zijn; het gaat er enkel om dat er weer water in de sifon staat. Blijft het probleem zich herhalen, dan kunt u als aanvulling op het water een theelepel slaolie in gieten. Deze blijft namelijk op het water drijven en zorgt voor een afsluitend laagje, waardoor het water in de sifon niet of veel langzamer verdampt.

  • Giet nooit gesmolten vet of boter in de gootsteen. Dit kan zich ophopen in de afvoer.
  • Spoel regelmatig door met soda en heet water om vetaanslag te verwijderen.
  • Gebruik caustic soda alleen bij hardnekkige verstoppingen, maar spaarzaam vanwege milieu-impact.

Deze afvoeren kunnen verstopt raken door zeepresten, textielvezels en vetresten. Voorkom dit door ze regelmatig door te spoelen met soda en warm water.

De bekersifon kan verstopt raken door zeepresten en haren. Draai de beker los, reinig deze en vervang zo nodig de pakkingringen. Een jaarlijkse demontage en reiniging wordt aanbevolen.

Gooi nooit maandverband, tampons, kattenbakgrind, gele huishouddoekjes of slecht oplosbaar toiletpapier in het toilet. Dit kan de sifons/zwanenhalzen verstoppen en dure schade veroorzaken.

Zeepresten en haren kunnen zich ophopen in het doucheputje of de draingoot. Maak het rooster regelmatig schoon met warm water en een zachte doek of spons om verstoppingen te voorkomen. Heeft uw afvoer een haarvanger? Reinig deze ook regelmatig. Na het verwijderen van het rooster kunt u de sifon schoonmaken. Draingoten zijn verkrijgbaar met verschillende sifons, die ook periodiek gereinigd moeten worden.

Inzetstuk sifon en kunststof haarfilter t.b.v. douchegoot.

Voorbeeld van een Easy Drain-waterslot.

Isolerend dubbel- en triple glas heeft een kwetsbare afdichting, die goed onderhouden moet worden. Jaarlijkse controle door een deskundige verlengt de levensduur en is belangrijk voor garantie.

  • Kitafdichting: controleer op veroudering en zorg dat rubbers goed aansluiten.
  • Rubberen profielafdichting: controleer of het profiel strak in de naad zit en nog goed klemt.
  • Ventilatie: zorg ervoor dat de opening onder de benedenlat niet verstopt is.

Thermische breuk ontstaat door plaatselijke temperatuurverschillen in het glas, waardoor spanningen ontstaan die tot breuk kunnen leiden. Voorkom dit door:

  • Geen stickers/posters en/of kranten op het glas te plakken.
  • Binnenzonwering niet te dicht op het glas te plaatsen en te zorgen voor ventilatie.
  • Geen ventilator of verwarmingselement direct op het glas te richten.

Condens tussen de ruiten mag nooit optreden en duidt op een probleem met de afdichting. Condens aan de binnenzijde kan ontstaan door een hoge luchtvochtigheid in huis. Dit is geen defect, maar een ventilatieprobleem. Meer ventilatie helpt. Condens aan de buitenzijde komt vooral in de winter voor door de hoge isolatiewaarde van HR++ en triple glas. Dit is normaal en vergelijkbaar met condens op een auto. Wij adviseren u vooral in het 1e jaar na oplevering de ramen regelmatig te zemen.

Op de meeste draaikiepramen zit een zogenaamde draaikiepblokkering. Dat is een klein zwart drukknopje op de espagnolet ter hoogte van de raamkruk of bovenin aan de sluitzijde. Bij het sluiten van het raam wordt de kiepblokkering automatisch ingedrukt en kan de kruk vrij in alle standen worden gedraaid. Opent u het raam of zet u deze in de kiepstand, dan veert de kiepblokkering terug en blokkeert hij de kruk. Het kan gebeuren dat de kiepblokkering tijdens het openen van het raam niet tijdig genoeg terugveert in de blokkeerstand. Het raam opent dan tegelijk in de draai- en de kiepstand. Probeer vooral níet om het raam met kracht te sluiten of dicht te draaien. Druk de kiepblokkering met de hand in (ingedrukt blijven houden) en draai de kruk, als deze in de kiepstand (in het voorbeeld van draaikiepraam: omhoog). Duw het raam aan de scharnierzijde terug in het kozijn (krukzijde open laten). Draai de kruk terug in de horizontale draaistand. Laat de kiepblokkering los. Het raam kan nu gesloten worden en alles werkt weer naar behoren. Ook zit er een zomer- en winterstand op een draai-/kiepraam.

Smeer scharnieren met een beetje multispray (bijvoorbeeld WD40) of teflonspray. Deze producten zijn o.a. verkrijgbaar bij de bouwmarkt.

Scharnierpennen die omhoog komen, kunt u voorzichtig terug tikken met een hamer.

Nee, tochtstrippen mogen nooit worden geschilderd. Ze kunnen indien nodig behandeld worden met talkpoeder om soepel te blijven.

Bij een nieuwbouwwoning is er nog bouwvocht aanwezig. Door binnendeuren de eerste weken open te laten, kan het vocht zich gelijkmatig verspreiden en voorkomt u dat deuren kromtrekken.

Door bouwvocht en temperatuurverschillen kan uw voordeur krom trekken. Dit vermindert u door altijd de 3-puntsluiting te gebruiken, ook als u thuis bent. Hierdoor blijft de deur stevig gefixeerd. De verwachting is dat pas na een geheel stookseizoen (1 jaar na oplevering) de deur zijn uiteindelijke en definitieve vorm heeft bereikt.

Nee, zet deuren niet volledig tegen de wand open. Dit verkleint het risico op scheluw trekken van de deur.

Alle cilindersloten moeten jaarlijks gesmeerd worden met een slotspray. Gebruik geen olie of grafietpoeder, omdat dit de werking van het slot kan beïnvloeden.

Indien het nodig is om een deur uit een kozijn te halen, zet deze deur nooit schuin tegen de muur om kromtrekken te voorkomen. Zet de deur staand in een hoek van 90° ten opzichte van de muur.

Plafonds en wanden met stucwerk hebben een vochtregulerende werking, waardoor vochtaanslag minder snel zichtbaar is. U kunt het pleisterwerk schoonmaken met normale huishoudelijke schoonmaakmiddelen, maar vermijd langdurige vochtigheid, want dit kan leiden tot schimmel en loslatend pleisterwerk.

Overschilderen moet zo lang mogelijk worden uitgesteld om de structuur te behouden. Bij verkleuring door kookdampen of rookaanslag kunt u dit doen met de volgende stappen:

  • Afstoffen met een borstel of veger.
  • Vet verwijderen met water en een scheut ammoniak.
  • Overschilderen met een schapenvachtroller.
  • Gebruik een latex muurverf, bijvoorbeeld Sigmatex, en breng de verf in twee lagen aan voor het beste resultaat.

Nieuwbouwwoningen zijn goed geïsoleerd en kierdicht, waardoor ventilatie extra belangrijk is. In de eerste maanden van bewoning verdampt bouwvocht uit muren, plafonds en vloeren. Zorg voor goede ventilatie, vooral in de woonkamer en keuken, om te voorkomen dat materialen sneller beschadigen.

Houd de thermostaat constant, zonder nachtverlaging. Hierdoor verdampt bouwvocht geleidelijk en blijven wanden en plafonds langer in goede staat.

Kitvoegen bij tegelwerk en sanitair moeten regelmatig worden gecontroleerd en onderhouden. Slecht sluitende kitvoegen kunnen water doorlaten, wat schade kan veroorzaken.

Volg deze stappen:

  1. Verwijder loszittende kit.
  2. Maak de voeg schoon, stof- en vetvrij en goed droog.
  3. Plak de naad af met tape aan weerszijden van de voeg.
  4. Breng nieuwe kit aan en strijk glad met een natte vinger of kitafstrijker.
  5. Verwijder direct daarna het plakband en strijk het nogmaals glad.

Hoewel er schimmelwerende kit is toegepast, kan schimmel ontstaan bij langdurige blootstelling aan vocht. Dit veroorzaakt donkere vlekken die moeilijk te verwijderen zijn.

  • Goed ventileren, vooral na gebruik van de douche. Zet de mechanische ventilatie op de hoogste stand.
  • Regelmatig reinigen van de kitvoegen om schimmelgroei tegen te gaan.

In bouwmarkten zijn speciale producten te koop op basis van natriumhypochloriet (chloorbleekloog) die schimmelvlekken kunnen verwijderen. Let op: deze bieden geen langdurige bescherming tegen nieuwe schimmelvorming.

U dient het volgende onderhoudsschema aan te houden:

  • Jaar 1: bijwerkbeurt
  • Jaar 2–5: visuele controle
  • Jaar 3: herschilderbeurt
  • Jaar 6: bijwerkbeurt
  • Jaar 7: visuele controle
  • Jaar 8: herschilderbeurt
  • Jaar 9: visuele controle
  • Jaar 10: bijwerkbeurt

Afhankelijk van de ligging van uw woning (bijvoorbeeld bij de kust of in een industriële omgeving) kan de onderhoudsfrequentie variëren.

Binnen ontstaan waterdamp en vocht door koken, douchen en andere dagelijkse activiteiten. Goed schilderwerk voorkomt dat vocht diep in de muren trekt en draagt bij aan een lange levensduur van uw woning.

Vanaf januari 2000 zijn oplosmiddelhoudende verven voor binnentoepassingen verboden. Uw woning is geschilderd met waterafdunbare acrylaatverf.

Bij bijwerken:

  • Verwijder losse verf door schrappen en schuren.
  • Grond het kale hout en schuur licht.
  • Vul spijkergaten en scheuren op met stopverf.
  • Werk alles netjes af.

Bij herschilderen:

  • Afwassen met ammoniakwater en goed schuren.
  • Losse glaslatten reinigen en zo nodig vervangen.
  • Openstaande naden en scheuren strak afwerken.
  • Gronden en schuren voordat u afwerkt.

Als u toch kiest voor oplosmiddelhoudende verf, moet de waterafdunbare acrylaatverf volledig zijn uitgehard. Laat u adviseren door een verfvakhandel voor de juiste aanpak.

Periodiek vuil verwijderen is noodzakelijk om het fraaie uiterlijk te behouden. Dit kan eenvoudig worden gecombineerd met het reinigen van de ruiten. Na het gebruik van reinigingsmiddelen is het belangrijk om het oppervlak altijd na te spoelen met schoon water.

De reinigingsfrequentie hangt af van de locatie en blootstelling aan vervuiling:

  • Normale omstandigheden: industriegebied of binnen 20 km van de kust.
  • Niet beregende delen: delen die niet via regenwater worden schoongemaakt.
  • Combinatie van bovenstaande: extra reiniging kan noodzakelijk zijn om corrosie te voorkomen.

Een eenvoudig reinigingsplan kan helpen:

  • Verwijder grof vuil door afspuiten met leidingwater.
  • Benevel het oppervlak met een neutraal of zwak alkalisch reinigingsmiddel en laat dit kort inwerken.
  • Maak de aanslag handmatig los met een witte non-woven nylon handpad.
  • Spoel grondig na met schoon leidingwater.

Vermijd schurende materialen zoals schuurpapier, staalwol en staalborstels, omdat deze diepe krassen kunnen veroorzaken. Gebruik reinigingsmiddelen met een pH tussen 5 en 8, dus geen ammonia, soda, zoutzuur of fosforzuur.

Sterk verontreinigde objecten kunnen voorzichtig worden schoongemaakt met een polijstende cleaner. Gebruik deze spaarzaam, alleen als normale reinigingsmethoden niet voldoende werken.

Een wasachtig product helpt om de glans op te halen en maakt de laklaag meer vuil- en waterafstotend.

Na oplevering kunnen krimp- en omloopscheurtjes ontstaan door natuurlijke vormveranderingen van materialen. Dit gebeurt meestal binnen de eerste 3 à 4 jaar, waarna de constructie stabiel wordt.

U kunt krimpscheuren dichtmaken met overschilderbare acrylaatkit:

  1. Kit aanbrengen in de scheur of naad.
  2. Gladstrijken met een vochtige kwast.
  3. Eventueel overschilderen voor een nette afwerking.

Bij harde wandafwerkingen zoals spackwerk of spachtelputz is het raadzaam om:

  • Naden in te snijden of af te plakken met gaasband.
  • Plafondplinten te gebruiken om ontsierende naden weg te werken.

Tijdens de bouw wordt veel water gebruikt, bijvoorbeeld in beton, metselwerk en stucwerk. Een nieuwbouwwoning bevat bij oplevering gemiddeld 3.000 à 4.000 liter bouwvocht, dat geleidelijk verdampt.

  • Ventileer goed: Laat de mechanische ventilatie altijd aanstaan.
  • Gelijkmatig verwarmen: Houd de temperatuur tussen 16 °C en 18 °C, ook ’s nachts.
  • Condenswater verwijderen: Droog de vensterbanken en onderdorpels regelmatig af.
  • Deuren en kastjes op een kier: Laat ze even openstaan om vocht weg te laten trekken.

Onvoldoende ventilatie kan leiden tot vlekken op wanden en plafonds. Vooral rook, wierook, kaarsen en kookdampen kunnen stucwerk verkleuren. Goed ventileren voorkomt dit.

Een goede indicatie is dat er geen blijvende condens meer op de ramen zit.

Praktische informatie
0251 – 27 77 06

garantiewerk@wijzijnsbb.nl


Bezoek of post:
SBB Ontwikkelen en Bouwen
Parallelweg 8
1948 NM Beverwijk